Vrijdag, 05 maart 2021 13:26

Een lezer blogt: Annick Vansevenant

Gelezen XVII

 

Annick Vansevenant 

voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M

Editie maart 2021

 

Fictie literair

 

Snow, John Banville, Faber, 2020****

Het is altijd uitkijken naar een nieuwe Banville. Een Ierse schrijver die tot de beste hedendaagse auteurs behoort. Dit keer een ietwat ander genre dan we van hem gewoon zijn: een detective, bijna een whodunit, ware het niet dat niet de oplossing van de misdaad maar wel de sfeer rond de misdaad de essentie vormt. Bijna een streekroman want het boek speelt zich af in het zuidoosten van Ierland, nabij Wexford. Daar waar Banville zelf woont. De titel verraadt het seizoen. Een wel erg barre wintertijd voor het wel vochtige maar doorgaans zachte Ierse klimaat. Maar door de sneeuw kruipt ook de kilte onderhuids binnen: een mooie vondst die alle heftigheid, alle passionele kleuren nog sterker doet uitkomen. Het boek is bij mijn weten nog niet vertaald maar de Engelse versie laat zich redelijk gemakkelijk lezen. Het boek verdient de sterren omwille van de rake typering van de standenmaatschappij, de onderliggende achterdocht tussen protestanten en katholieken, de eenzaamheid van de personages, de setting en het landschap. Vijf sterren net niet: omdat wie een beetje de Ierse actualiteit volgt, snel snapt waar het naar toe gaat. Als whodunit mist het zijn ding. Als literaire thriller zeker niet. Een tip: dit boek is stukken beter dan ‘Hout’ van Jeroen Brouwers. Sorry voor de Brouwers-liefhebbers.

Zeer vreemd vond ik het wel dat in een dergelijke winterperiode de auteur een vleermuis laat verschijnen. Dat kon echt wel beter en is een blunder voor wie het landschap, klimaat en natuur van binnenuit wil beschrijven.

 

De Agatha Christie-kenner, Paul Jabobs, Houtekiet, 2021***

Hier getwijfeld tussen 2 of 3 sterren. Op basis van de eerste tientallen bladzijden dacht ik zelfs het boek aan de kant te leggen. Maar de volhouder wint en in dit geval geldt dit zowel voor de auteur als voor de lezer. Het boek zit eigenlijk prima in elkaar. De plot is goed bedacht en de stijl is vlot. Dus een perfect spannend ontspannend boek. Eentje voor op een luchthaven in post-Covid-tijden.

Mij stoorde wel het te concrete karakter, de vele verwijzingen naar het hier en nu van bij ons en de zuiderburen. Dat creëert een soap-gevoel en iets van ons-kent-ons terwijl het boek beter verdient en de auteur dit kan overstijgen. Sommige zijplots overtuigen niet waardoor je achteraf een ietwat bedrogen gevoel krijgt. Maar toch een vrij filmisch boek en in zijn genre wel beter dan Toni Coppers.

 

Transatlantic, Colum McCann, Random House, 2013 *****

Voor mij alvast DE ontdekking van de jaarwissel 2020-2021. Ooit meegesleept uit Washington en dan wat vergeten wegens apart gelegd in de boekenkast. Tot McCann door de vertaling van ‘Apeirogon’ (komt in de volgende blog zeker aan bod!) hier persaandacht kreeg. Opeens vond ik de kleine pocket terug. 

Een heerlijk levensavontuur. Niet vertaald maar de taal is zo gefiltreerd, zuiver en dus van alle overbodigheid ontdaan, dat het lezen in de brontaal supervlot verloopt. Alles speelt zich af tussen de VS en Ierland. Beide landen hebben ook heel wat met elkaar te maken. De auteur zelf is er een voorbeeld van. De plot is buitengewoon. Eigenlijk simpel, maar is precies eenvoud niet het keurmerk van de meester? Drie iconische verhalen gespreid over een aantal decennia. Crossing times en crossing borders. Maar wat mij verwonderde, was het oprechte respect voor de vrouwen achter de verhalen die soms in een ander hoofdstuk, een ander tijdperk van de geschiedenis onverwacht sporen nalaten. Voor mij een van de meest feministische boeken ooit gelezen. 

De stijl is zeer gevoelig, bijna intuïtief vrouwelijk (als ik dan al eens een cliché mag gebruiken). Kort in woordgebruik, rijk aan inlevingsvermogen. Deze auteur heeft mijn hart gestolen.

 

De hemelproef, Olli Jalonen, Uitgeverij Mozaïek, 2021****

Een Finse auteur schrijft over St-Helena. Een eiland dat wij alleen van Bonaparte kennen. En dan nog. Het vraagt wat zoekwerk in de atlas om het eiland te situeren. Nee, niet Elba. St-Helena, gelegen in de Atlantische Oceaan op hoogte van Angola. Veel en veel zuidelijker dan Kaapverdië. Astronoom Halley kwam daar langs en gaf de jongen Angus, een opdracht. Vogels tellen en de sterrenhemel tekenen. Angus is nieuwsgierig en begaafd. De dominee die zijn moeder tot vrouw nam, leert hem lezen en cijferen. 

De auteur schrijft de verhalen van Angus in eerste persoon. Een tour de force. Hoe Angus zich kwijt van zijn taak, leert cijferen en door de cijfers heen ook verhoudingen leert onderkennen. Hoe hij leert lezen en de taal als code tot zich neemt. Romantisch, denk je dan. 

Maar nee, de politieke wereld staat niet stil en een gouverneur beslist wie kansen krijgt en wie niet. Op een geïsoleerd eiland kan alles. Ook wat niet door de beugel kan. Zo leert Angus een ander verhaal kennen. Een van argwaan, angst en zoeken, vertwijfeld zoeken naar hoop, machtsmisbruik, racisme. Kan Halley zijn komeet laten schijnen op het leven van Angus? Hij vertrekt met een missie van hoop naar het democratische Britse Rijk. Een avontuur dat leest als een trein (excuseer; boot).

Een supergoed boek. Historisch en maatschappelijk boeiend en spannend. Leerrijk en vol fantasie. Maar altijd is de ruwe werkelijkheid erger dan de fantasie van een kind. Want naderhand denk je dan; hoeveel geniën heeft deze wereld onachtzaam genegeerd? Op de verkeerde plaats op het verkeerde moment geboren. Hoe luchtig ook, dit boek heeft een boodschap.

 

1794, Niklas Natt och dag, 2020, Prometheus***

1793 was zijn eerste. Een titel van een jaar later, dat is altijd kantje boordje lopen voor auteurs. Te veel van hetzelfde? Beter dan de vorige goeie? Dat was de vraag die mij deed grepen naar het boek.

De gevoelens zijn gemengd. Le noir van Stockholm blijft de klemtoon. De walmen, dampen van alcohol vermengd met urine, doodslag, mishandeling,…. Alles is weer aanwezig. 

Maar de auteur geeft een twist aan zijn nieuwe roman. Opeens zijn we ver weg van het koude, zwarte Zweden en reizen we mee naar een godvergeten eiland. Slavenhandel.

Dus anders dan de vorige. Maar mijn inziens niet beter. Het verhaal van het exotische eiland en de overgang naar Zweden was perfect. De typering van de twee hoofdfiguren ook. Tot 75% van het boek met plezier gelezen. Maar de laatste hoofdstukken waren volgens mij een teveel aan fantasie. In die mate overdreven dat het niet meer geloofwaardig overkomt. Een climax die afknapper wordt. 1795 zal ik niet meer lezen.

 

Non-fictie

 

Dubbelgangers & Tegenhangers, Jo Claes, Sterck & De Vreese, 2020**

Geloof is van alle tijden. Maar niet alle vormen van geloof dekken alle tijden. De evolutie van geloofsculturen is dus geen lineair proces. Het vraagt ontwikkeling, omwikkeling van bestaande rites en omvorming naar het ‘nieuwe’ geloof.

Mythes, sagen, Bijbelse taferelen, feesten als Lichtmis en Kerstmis, carnaval en Pasen,… het toont aan dat introductie van een nieuwe vorm van geloof de oude tradities niet kan vergeten. Dat is het uitgangspunt van het kunstboek. Jo Claes verkent een aantal parallellen tussen de klassieke mythologie en de Bijbelse verhalen. 

Het boek is zeer mooi uitgegeven, met heel veel sprekende afbeeldingen. De auteur verdiept zich in de klassieke of Bijbelse teksten die hierover spreken. Zeker waardevol wat betreft historische inkijk. 

Wat ik wel mis, is de kijk van de auteur zelf. Niet minder dan 50% van alle teksten zijn citaten over een figuur als Abraham of Juda of Deukalion. Genomen uit de Bijbel, vooral Oud Testament en dan ook van klassieke dichters zoals bv. Pindaros of Hesiodos. Op zich is dat goed. Maar ik mis elke vorm van interpretatie. Het boek is een encyclopedie. Een mooie. Maar er zat meer in dan louter opsomming.

 

Beschuldigd van gifmoord, Lieve Thienpont, Houtekiet, 2020***

Het euthanasieproces naar aanleiding van de euthanasie voor Tine Nys, was wereldnieuws. Drie artsen stonden terecht voor gifmoord. Was dit terecht? Lieve Thienpont, psychiater, stond er als verdachte. Een werkelijkheid die ze nooit voor mogelijk had gedacht en haar tot het diepste raakte.

Het boek is een zeer persoonlijk verhaal geworden. Een aparte inkijk in het leven van een psychiater die te maken krijgt met mensen die het leven, na veel aarzeling, soms niet meer waardevol vinden. Hoe ga je daar mee om? Euthanasie voor mensen met een fysische, palliatief voorspelbaar einde, is legaal en intussen ook maatschappelijk aanvaard. Mensen die psychologisch lijden, lijden dubbel. Want wie weet, hebben ze toch niet de kracht om zich te herpakken. Proberen ze genoeg? Proberen artsen en psychiaters wel genoeg? Dat is misschien wel de essentie van dit boek.

Ik las gefascineerd de eerste hoofdstukken die vooral het proces in de rechtbank beschrijven. Daarna komen hoofdstukken die zich misschien iets te veel herhalen wat betreft empathie, wetgeving en nuances. Vonkel komt iets te veel in de aandacht.

Maar wel blij dat mensen zoals zij lef hebben om te doen wat onvermijdelijk wordt als het leven geen kracht meer bijbrengt. Dood is inherent aan het leven. Niemand wordt hiervan gelukkig. Niemand.

 

Meteorologie van het innerlijk, Kris Pint, Boom, 2020***

Niets is meer de talk of the town dan het weer. Met onze seizoenen, soms matig startend, soms turbulent afwisselend, valt er altijd iets te vertellen. Over het weer van elke dag spreken; het lijkt het gewoonste maar is dat zo gewoon? Is het weer niet meer dan dat? Bepaalt het ook ons innerlijk leven niet? Leert het weer niet hoe we de dag, de tijd, de middag, de avond… doorkomen?

Kris Pint beschrijft in een aparte stijl hoe de weersomstandigheden buiten ook het ritme van ons leven bepalen. Dat doet hij met aparte momenten die zowel seizoens- als tijdsgebonden zijn. Hij neemt een aantal gezellen mee: o.a. Walter Benjamin, Nietzsche, Julia Kristeva, Roland Barthes. Een lezing van die laatste was overigens zijn drijfveer. Tijd en weer. Tijd en wedervaren. Le temps.

De actualiteit staat bol van hoe de mens het klimaat verandert. Pint keert terug naar een belangrijk uitgangspunt: hoe het weer en  het tijdstip van de dag het innerlijke beleven van mensen bepaalt. Niet elk tijdstip van de dag, niet elke dag van een bepaald seizoen staat los van ons. De gesteldheid van ons leven als combinatie van weer en wat ik zelf doe of laat. Het weer als een specifieke invloed van buitenaf.

Een zeer aparte invalshoek die Pint ook divers invult. Filosofisch, poëtisch en soms verglijdend in een iets teveel aan citaten van dezelfde mensen. Maar hoe dan ook: ik las dit boek zeer graag.

 

De filosofie van een kat, John Gray, Spectrum, 2020****

Een boek voor én kattenliefhebbers én filosofen. Dat is op zich al twee sterren waard. Neem daarbij nog de vlotte, humoristische taal en je verdient drie sterren. 

Het leuke van het boek is dat wordt uitgegaan van het kattenleven. Niet van mensen met katten. Centraal staat dan ook in het boek van Gray dat niet de mens de kat domesticeerde maar net omgekeerd. Wij werden slaaf van de kat. En wie katten in huis heeft, zal dat bevestigen.

Op zich al zeer leuk. Maar wat kunnen wij van katten leren aangaande het leven dat we leven? Dan graaft Gray weer wat dieper. De kat leeft namelijk in het hier en nu. Geen toekomstvisie. Als de kat leeft en zich fit voelt, doet het beest wat hij wil. Geen orders, geen agenda, geen deadlines. Goesting om te jagen? Jagen. Goesting om te slapen? Slapen. Goesting om vervelend te doen? Klagend miauwen. 

De enige deadline is zijn dood. En katten die voelen dat ze sterven, zonderen zich af. Gaan apart. Ze zoeken geen betekenis in het lijden.

Gray pleit dat we nog meer moeten leren van katten. Hij besluit zijn boek met 10 kattentips voor het leven. Ik geef er eentje prijs: ‘het leven is geen verhaal. Het ongeschreven leven is veel meer waard dan elk verhaal dat je kunt verzinnen.’

Het boek kon vijf sterren krijgen. Maar de herhaling van hetzelfde middenin het boek gaf een dipje. Een kattenslaapje?

 

Buitengewoon bewustzijn, Peter Godfrey-Smith, Spectrum, 2020****

De ondertitel verklaart meer: ‘De octopus en de evolutie van intelligentie’. Om eerlijk te zijn: ik beschouw octopussen, meerkatten en inktvissen niet als aaibare huisdieren. Zelden ook aan de kust willen spotten zoals ik soms met vogels doe.

Maar uiteraard gaan er broodjeaapverhalen de ronde dat of walvissen of dolfijnen of kraaien intelligenter zijn dan de jongsten onder ons. Wat is waar? 

De verdienste van Godfrey-Smith is dat hij zijn bezetenheid van de onderwaterwereld tussen allerlei ‘soorthanginge’ beesten combineert met evolutietheorie. Dat maakt van het boek een soort van wetenschappelijke onderzeeër. Goed gestoffeerd en door zijn persoonlijke verhalen ook begeesterend. Het boek bevat her en der wat foto’s, zwartwit. Maar wel goed dat de auteur die foto’s ook beschrijft, anders weet je niet goed wat je ziet. Gelukkig vind je in de middenbladzijden een paar kleurbeelden. Beelden van een andere werkelijkheid en die behoeven geen commentaar.

Dit is geen science-fiction. Dit is science. Er zijn systemen en werelden naast onze ‘humane’ samenleving die een hoge vorm van communicatie, van vriend- en vijandschap kennen. Zelfs diep onder de waterspiegel. Koppotigen werken met aftasten, met kleuren, met dreiging en toenadering. Design is hier troef. De auteur is er niet vies van om onze hersenwerking met deze van koppotigen te vergelijken. Wat zij kunnen wat wij niet kunnen en vice versa.

Het boek is een openbaring maar vraagt inspanning van de lezer. Niet altijd gemakkelijk. Nogmaals: geen SF wel wetenschap met een behoorlijke bodem filosofie. Maar het loont de moeite en doet je verbazen en achteraf ook bescheiden het boek terug op tafel leggen. Wie zijn wij?

Een ongelooflijk juist boek dat Darwinisten, wetenschappers, natuurliefhebbers en filosofen kan aanspreken. 

 

Gelezen 644 keer Laatst gewijzigd op Vrijdag, 05 maart 2021 13:50