Gelezen XII

Annick Vansevenant 
voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M
Editie april 2020

De kroon-corona op het werk van lezen. In tijden van verplichte opsluiting geven boeken soelaas. Helemaal niet helaas. Want een boek dat boeit, doet tijd(en) vergeten. Gezien de verplichte fysieke sluiting van De Zondvloed, van bibliotheken, … grasduinen we in ons eigen boekhoudkundig verleden. 

Daarom een beetje deze aparte editie. Hierbij een aantal favoriete auteurs, onderverdeeld in diverse genres. Wellicht heb je ze niet allemaal zelf in huis, maar misschien kan je via een ‘hengel’ (reëel of virtueel) samen boeken delen (of ze gewoon bestellen via dezondvloed.store). Dat helpt in het overleven. Bladzijden raken het leven.

Fictie literair

Rose Tremain

Nog altijd het mooiste van wat ik ooit las. Zeer toegankelijk en toch verrassend qua diepte. Zin per zin goed gezet. Mijn favoriet is een roman die zich afspeelt binnen het Deense hof, met in de hoofdrol een luitspeler en een koningin. Niets is wat het lijkt maar het drama blijft boeien. 

Favoriet boek: ‘Muziek en stilte’.

Robert Walser

Misschien ben ik blij dat ik Walser nooit heb ontmoet. Walser sleet zijn laatste jaren in een psychiatrische instelling. Maar hij schrijft zo indringend juist dat je ietwat ongemakkelijk in je zetel of stoel begint te schuiven tijdens het lezen. Een beetje lichaamsbeweging kan geen kwaad in quarantaine. Mentaal schuif je zeker een aantal dimensies op. Zet je schrap. Walser walst lezers ondersteboven. 

Favoriet boek: ‘De vrouw op het balkon en andere prozastukjes’.

Iris Murdoch

Hoeveel kan je schrijven over een paar personages in een beperkte ruimte? Het universum van menselijk contact delen en een spanningsboog onderhouden? Murdoch schreef vaak dikke turven met weinig personages met weinig buitensporig nieuws. Wat gebeurde was een mentale twist die het universum van menselijk denken en doen exact beschrijft. Een dikke roman schrijven over wat in een living van 10 op 6 meter gebeurt. Living! Misschien is het dat wat de UK ok maakt. Dat benepene rare, dat beperkte dat groot denkt of denkt te worden. 

Favoriet boek: ‘Bruno’s droom’. Niet aan te raden voor mensen lijdend aan arachnafobie.

Juli Zeh

De stem van het andere, nieuwe Duitsland. Merkwaardige Merkel-achtige auteur wat betreft de manier van observeren, analyseren. Dan weer helemaal geen ‘Angela’ in haar sociale kritiek op benepenheid. Zeh schrijft duidelijk, frappant en cassant. Met een groot sociaal hart al zal ze dit niet laten blijken in haar stijl. Valse bescheidenheid, mensen die van natuur profit maken, de grote principedenkers… een voor een worden ze afgemaakt. In stijl met stijl. 

Favoriet boek: ‘Ons soort mensen’. 

Per Olov Enquist

De naam zet het kompas aan. Richting noord. De geschiedenis van Scandinavië is ons vreemder dan de roerige tijden in Frankrijk, Italië, Oostenrijk of Spanje. Dat Denemarken ooit heerser was van het noorden, weinigen die het weten. Dat hier een koningshuis regeerde met grote invloed, het lijkt wel een trollenverhaal. Niets van dat bij de pas overleden Enquist. Open en eerlijk inzicht in het noordse denken, historisch goed gefundeerd. 

Favoriet boek: ‘ Het bezoek van de lijfarts’.

Peter Hoeg

Deense auteur die wereldwijd bekend werd met ‘Smilla’s gevoel voor sneeuw’. Zeker een aanrader maar mij bekoorde hij veel meer met een hilarisch, spannend, hectisch boek dat jammer genoeg onder de radar bleef. Een boek te gek om te bedenken.

Favoriet boek: ‘De kinderen van de olifantenhoeders’. Als jouw partner gestoord wordt door een onvoorziene lach dan lees je dit boek beter in een eigen kamer. Perfecte lectuur in deze aparte tijden.

En verder…

Niets naar je zin? Probeer dan eens volgende auteurs:

Irvin. D. Yaloom, ‘Nietsches tranen’. Aanrader voor anti-therapeutische filosofen.

Nino Haratischwilli, ‘De kat en de generaal’. Aanrader voor historici die kleine geschiedenissen vergeten.

Graham Swift, ‘En andere verhalen’. Aanrader voor expats UK binnen Europa.

Susan Sontag, ‘De vulkaanminnaar’. Aanrader voor verzamelwoedenaars en andere.

Alessandro Baricco: ‘Zijde’. Aanrader voor wereldreizigers die hun reis naar het Oosten nu in West-Europa doorbrengen.

 

Fictie spannend

George R.R. Martin/Frank Herbert

Game of thrones. Goed voor uren leesplezier. De boeken zijn beter dan de verfilming. Heerlijke sleutelroman over historiek, over macht, over lijden en overleven. Zelf ben ik er laat aan begonnen, wegens het vooroordeel dat het ietwat onder ‘mijn’ niveau zou liggen. Niets van. Dit is pure spannende ontspanning en zeer goed geschreven.

Overigens is ook ‘Duin’, een voorloper in hetzelfde genre, een  heerlijke aanrader.  

Favoriet: ‘Duin’, Frank Herbert.

John Le Carre

MI5. Cold war. Berlijn, Hamburg, Londen, Moskou, Panama,…. Je leert iets over wat omgaat in wat de media bestempelen als ‘intelligence service’. Met inzicht, met Engelse humor en met gevoel voor de mens achter ‘the service’.  Deze auteur is totaal niet Fleming. De spanning komt via wat menselijk gebeurt in een te grote wereld waar mensen zoeken naar waarheid en waarheid vooral een strategisch spel wordt. Naar mijn mening meer dan spannend genoeg. 

Maar wie het niet heeft voor ‘spionage’-affaires; Le Carre schreef in zijn beginperiode ook gewone misdaadromans, in de sixties. 

Favorieten: “Voetsporen in de sneeuw’, ‘Telefoon voor de dode’.

En verder….

Daniël Hecht, ‘Geestdrift’. Aanrader voor getourmenteerde thuiszitters.

Minette Walters, 'De IJskelder' en ‘De beeldhouwster’. Aanrader voor wie een moord wil plegen.

Sarah Waters, ‘Vingervlug’ en ‘Fluwelen Begeerte’. Aanrader voor wie geen moord wil plegen maar met plezier leest over harde tijden.

 

Poëzie

Laten we het luchtig houden en het hermetische even vergeten. Plezier en herkenbaarheid mogen ook in de korte taal die poëzie nu eenmaal is. Mijn favorieten in gesloten omgeving:

Judith Herzberg, '111 hopla’s'. Niet alle 111 zijn om te lachen. Het lukt je wel bij een 80-tal.

K. Schippers, 'Een leeuwerik boven een weiland'. Twee benen zijn niet voldoende om op te staan. Er is nog een twist van fantasie nodig. Dat is Schippers. Heerlijk, eenvoudig mooi.

 

Apart

Indien er sprake is van rouw lees ik hier wat meest aansluit bij de kern van een afscheid:

Leonard Nolens, 'Manieren van leven'. Dichter. 

Julian Barnes, 'Hoogteverschillen'. Romancier.

 

Gelezen XI


Annick Vansevenant
voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M
Editie januari 2020

 

Fictie

De bruggenbouwer, Markus Zusak, The house of books, 2018****

Iets in dit boek is bekend en toch wereldvreemd. Er is sprake van een familie en die is er nauwelijks. Er vallen harde woorden maar de emotie is zachter dan verwacht. Hoever ga je mee? En als je mee gaat, wat laat je dan achter? Van het heden, van het verleden, van je familie, van jouw liefde? Waar is de grens? En is die grens wel jouw grens als je loopt tegen jezelf of tegen anderen die jou uitdagen en van jouw grens grof geld maken?
Misschien is dit boek wel de samenvatting van wat we aan familiale contouren aankunnen. Een mooie spanningsboog, goed geschreven, niet gemakkelijk verteerbaar voor emo’s. Kortom, een aanrader voor wie weet hoe sterk familieleden je leven bepalen. Wanneer neem je afstand en zou net die beslissing het startpunt kunnen zijn van een andere wending? Complex mooi. Dromerig en hard.

 

Melkboer, Anna Burns, Prometheus, 2019******

Dit is literatuur op z’n ruwst en eerlijkst. Dit is beklijvend en eigenlijk zonder weerga in de context van recensieschrijverij. Hierover schrijf je niet. Je leest dit boek. Voor mij was dit het boek van 2019. Hoe je vanuit de onderbuik schrijft, als vrouw, in Ierland. Met een twist, met hamburgers, seksuele spanning en macht, met macht als onmacht machtig vertaald en het harde dat volgt.
Dit boek lees je niet zomaar. Je legt het ook niet aan de kant. Het blijft ergens hangen en je weet ergens, als vrouw, dat dit vrouwen overkomt.
De stijl is niet aaibaar en leest dus traag ondanks de wens van de lezer om door te lezen. Dit boek wordt niet gelezen. Dit boek leest jou. Een afwisseling tussen lange en korte fragmentaire zinnen. Wisselend van standpunt. Maar altijd ‘vreselijk’  vleselijk levend.

 

De kat en de generaal, Nino Haratischwili, Meridiaan uitgevers, 2019*****

De auteur is geboren in Tbilisi (Georgië) en woont nu in Berlijn. In een vorige recensie besprak ik al haar roman ‘Het achtste leven’, eveneens een aanrader. Het was dus uitkijken wat deze roman zou brengen. Nu ja, roman?? Dit is een neerslag. Een bui van geweld, oorlog, macht en mens. Ook iets van schuld en boete en van eindeloosheid van lijden in tijd. Figuren die terugkeren en dan weer iets anders ontwikkelen. Hoe mensen zoeken naar mensen, gezichten herkennen en niet willen erkennen, en zich afvragen hoe en waarom mensen dan toch verkeerd deden met mensen.
Gewaagd qua opzet. Zeer nauw geschreven. Soms rauw. Dit boek is van een andere orde dan ‘Het achtste leven’. Hier wordt een oorlog, een voor ons totaal onbelangrijke oorlog ergens in Tsjetsjenië, tot aan je neusgaten gespeld.  Nog zo’n boek en voor mij mag deze auteur in 2025 de Nobelprijs literatuur krijgen.

 

Spion buiten dienst, John Le Carré, Uitgeverij Luitingh-Sijthoff, 2019****

De grootmeester van de (Britse) spionage heeft er weeral eentje gemaakt. Met alle respect voor de grootmeester: hier is een fabriek aan het werk zoals beroemde schilders hun ateliers hadden. Er wordt gemaakt, gelezen, verbeterd en uiteindelijk doorgestuurd naar de wereld. Met de handtekening van ‘The Master’. Maar of het nu John, Mary of Boris was die de pen vasthield… het is een goed boek. Een zeer eigentijds goed boek; Poetin, Brexit, Europa… de actuele politieke setting ontbreekt niet. De boeken van Le Carré lezen vloeiend. Het begin lijkt simpel, de personages worden goed gezet in tijd en ruimte. Je snapt alles tot je hapert, tot je opeens merkt dat een pointe jou voorbijging. Je keert terug. Hoe? Wat? Waar? Waarom? Een detail?  Wie is schuldig? Was de beginfase zo belangrijk of toch niet?
Het merkwaardige merk van spionagewerk als literaire vertaling. Niets is zoals het lijkt en het lijkt nochtans zo eenvoudig. Nooit komt er iets van bloed, bodem, marteling, afzien. En toch is het iets van dat. Of het nu al of niet Carré was, kan me niet schelen. Ik vind dit boek carrément bien!
Een ding is zeker: Boris Johnson zal dit boek nooit als favoriet aanduiden. Waarom? Mooie vraag voor de Slimste Mens.

 

 

Non fictie

 

Mosquito, Timothy C. Winegard, Thomas Rap, 2019***

Muggen zijn vervelende insecten. Ze storen mens en dier en zijn overal, ze zijn met veel en passen zich snel aan in nieuwe leefomgevingen. Volgens de auteur zijn zij de grootste ‘killers’ op deze planeet. Reden genoeg om dit boek te lezen.
Het begint beloftevol. De inleiding geeft je als onwetende aardebewoner eventjes een ‘oei’-gevoel. Muggen? Lastig. Maar dat ze zo hardnekkig moordend toeslaan dankzij een bijna onopvallende prik, is toch wel grandioos en maakt nieuwsgierig. Mosquito’s zijn bloeddorstiger dan de mens en uitgerust om de mens nog jaren, eeuwen, te overleven. De eerste 70 bladzijden van dit boek heb ik verslonden.
De auteur is een historicus. Dat is jammer. Want na een superboeiende inleiding krijg je te veel van hetzelfde: hoe oorlogstroepen door een te langdurig verblijf in moerasgronden de oorlog verloren en zo de loop van de geschiedenis bepaalden. Of hoe veroveraars muggen meebrachten en inheemse bevolkingen nieuwe ziektes bijbrachten. Soms correct, soms iets te ‘fantastisch’ gebracht. Een paar goede anekdotes kunnen altijd, maar als die gespreid worden over honderden bladzijden krijg je opeens een teveel aan mug.
Er valt iets voor te zeggen om dit boek aan studenten (16-18 jaar) mee te geven als combinatie van geschiedenis, wetenschap en aardrijkskunde. De invalshoek prikkelt en is een manier om veldslagen anders te bekijken en dus beter te onthouden. Maar jeuk die blijft duren, is vervelend.

 

 

Doordenken over dooddoeners, Ignaas Devisch-Jean Paul Van Bendegem, Polis, 2019**

Alles wat in dit boek staat is waar, Maarten Boudry en Jeroen Hopster, Polis, 2019****

Nu twitteren en tweeten de modus vivendi is, komen diverse denkende filosofen op de proppen met boeken over sofismen in de gewone omgang, de ‘toogpraat’. Dat mag en moet. Het is altijd leuk en soms zelfs hilarisch om te zien hoe je wijsheden overneemt zonder enige vorm van nadenken, zonder twijfel. Je neemt het aan. En hoe meer mensen dit aannemen, hoe sterker het wordt. Soms lijkt het wel een inspiratiebron voor stand-upcomedians. Niet te verwarren met een aantal politici die we vaak zien verschijnen in het nieuwsbulletin.
Een belangrijk signaal dus in deze politieke tijden. Eenzelfde uitgeverij geeft kort na elkaar twee boeken uit die vergelijkbaar zijn qua opzet. Na lezing ben ik matig enthousiast.
Het boek van Devisch-Van Bendegem vind ik ondermaats. Te snel, te flauw gereageerd. De insteek was goed, maar deze intellectuelen waren op dit moment niet verstandig genoeg om er meer mee te doen dan een paar flauwigheden achter elkaar te plaatsen. Het is niet omdat het over gemeenplaatsen gaat dat je zelf als auteur ‘flauw’ moet doen in het nadenken hierover.
Beter was het met Boudry en Hopster. Hier kreeg je toch even voer, even iets om je tanden in te zetten. Soms was de herkenning zo groot dat ik schaterde van het lachen. Zo mag en moet het zijn als je zaken op scene brengt. Dit boek is in zijn genre best ok.
Het zal misschien te maken hebben met mijn opleiding als fysicus. Maar verhelderend en nog altijd van kracht vind ik het boek van Alan Sokal en Jean Bricmont (‘Intellectueel Bedrog”, EPO De Geus, 1999).  Hier gaat het om hoe wetenschappelijke terminologie ongepast gebruikt wordt in andere domeinen om daar ‘waarheid’ te creëren. Voor wie echt diep wil graven in sofismen, is dit naar mijn mening een onderschat meesterwerk.

   

Gelezen X

 

Annick Vansevenant 

voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M

Editie maart ‘19

 

Fictie

 

Pachinko, Min Jin Lee, Meulenhoff Boekerij bv, Amsterdam, 2018*****

Familiegeschiedenissen zijn mijn ding niet. Generaties herhalen zich, overtreffen zich en zetten zich eindeloos verder in bijna… niets. Een vleugje romantiek, een historisch decor dat uiteraard varieert naargelang de generatie die aan het woord komt: dat is wat je kort door de bocht kan verwachten van een familie-epos. Epos als episodes die tot geeuwen leiden. Wat een verademing was dit boek. De geschiedenis speelt zich af tussen Korea en Japan en hoe Koreanen in Japan als tweederangsburgers werden beschouwd. Geld en het gokken, geliefd in die regio, is een rode draad in het verhaal. Fijnbesnaard maar ruw geschetst, een blikopener over het ons onbekende inter-Azië. Geen happy end maar wel doorspekt met goed uitgetekende figuren die bijwijlen zwak en bijwijlen krachtig zijn. Universeel herkenbaar. Correct geschreven.

 

 

Blackwell, Kevin ‘Valgaeren, Lannoo, 2018****

Aangekondigd als een gothic novel. Nu ja, wat betekent een titel, een woord, een categorie? Feit is dat het boek goed is opgebouwd en je vasthoudt van begin tot einde. In 1891 vergaat een schip in Whitby. Niemand overleeft de ramp. Blackwell, een beetje Holmsachtige figuur (onderzoeker en opiumverslaafde) gaat op onderzoek uit samen met zijn kompaan (Dr. Watson?). De twee ontdekken dat er één iemand aan boord was die al 200 jaar had moeten dood zijn. Gekoppeld aan een aantal moorden in Whitby vormt dit de basis van een spannend ontspannend boek. Tekstfragmenten van getuigen met het onderzoeksteam wisselen elkaar af. Ze volgen elkaar steeds nauwer op tot het einde zich sluit. 

 

 

Noorderzon, Patrick de Witt, Nijgh & Van Ditmar, 2018****

Van dezelfde auteur las ik een paar jaar terug ‘De gebroeders Sister’, een voor mij erg vermakelijk absurd gegeven als een literaire spaghettiwestern. Nu spint het boek zich rond een excentrieke moeder met haar afhankelijke zoon en hun kat. Spilfiguren als parodie op ‘cult zonder cent’. Hebben ze geld of niet? Behoren ze tot de upper class of niet? Zetten ze iedereen op het verkeerde been? Op alles kan met ja en nee geantwoord worden. Je hebt de feiten en er is de beschrijving van een feit die opeens vanuit een andere invalshoek gebeurt. Dat maakt het bijna tot een film en totaal ongeloofwaardig tenzij je het als een training in flexibiliteit beschouwt: gewoonweg meegaan met het absurde van het bestaan en in de kleine verhalen de grote trekken van ieder mensenleven herkennen. Hilarisch en leuk. Maar niet iedereen houdt van de Witt: controversieel voor lezers. Daarom des te boeiender.

 

Heterdaad, Johan Harstad, Uitgeverij Podium, 2018****

Het begint al goed: een detective die ‘Heterdaad’ noemt. Je wordt meegenomen in teksten zoals korte filmfragmenten. Korte zinnen, acties, reflecties op acties gevolgd door een abrupt einde of nog een rare reflectie. Zo krijg je detective Heterdaad ten tonele in een 15-tal fragmenten (microromans) telkens onderverdeeld in zeer korte hoofdstukken. Maar het boek zit nog vreemder in elkaar: de eindnoten – opgemaakt in een typische eindnotenstijl en dus kleiner van font - zijn eigenlijk langer dan het boek en bevatten heel veel reflecties van de schrijver die schrijft over de schrijver die over Heterdaad schreef. Als je dit leest, dan is Kierkegaard niet veraf: de schrijver of filosoof die schrijft over wat een ander schreef over een ander. Spiegelteksten. Het existentialisme is verrassend nabij en ook verrassend lichtvoetig. Zeer leuk, alleen zeer vervelend om telkens flappen te moeten omslaan bij het lezen, wat me deed twijfelen tussen drie of vier sterren. Gelukkig is het boek van een inslagcover voorzien, dat helpt enorm. 

 

 

1793, Niklas Natt och Dag, Prometheus, 2018*****

Een tuchtwachter in Stockholm (1793) wordt opgeroepen en vindt een lijk zonder armen of benen. Duidelijk wel menselijk. Dan ontstaat een verhaal van een aan onderzoeksrechter lijdend aan tbc, een dwarse tuchtwachter en een historische Europese achtergrond volop in beweging: de Franse revolutie, de val van de adel, de corruptie in hoge kringen, de armoede op straat.

Het boek is fantastisch goed opgebouwd. Mocht het een film zijn, komt automatisch de waarschuwing “niet voor gevoelige kijkers”. Maar een boek creëert meer afstand dan filmische inkijk. De intrige en de vragen zijn belangrijker dan de afgrijselijke beschrijvingen van hoe lijken er uitzien en waarom mensen waanzinnig met andere mensen omspringen. Het blijft leesbaar maar vooral ook door de opbouw verrassend intrigerend. Voor mij een kanjer in zijn genre. Mocht een boek een geur afgeven, dan waan je je in de riolen van de samenleving. Toen. En nu?

 

 

 

Non-fictie

 

Het koninkrijk van de angst, Martha C. Nussbaum, Uitgeverij Atlas Contact, 2018****

Is Nussbaum een filosoof? Nee. Is Nussbaum een politicoloog? Nee. Is Nussbaum een jurist? Nee. Is Nussbaum een psycholoog? Nee. Maar kan Nussbaum een genuanceerde verbinding maken tussen filosofie, politiek en emoties? Ja. Zeker en vast. Daarom behoort ze tot mijn favorieten in het denken over mens en samenleving. Genuanceerd en Amerikaans. Het klinkt als een contradictio in terminis. Maar door een goede structuur, een opbouw vanaf de basis zowel wat betreft klassieke denkers als psychologische inzichten en daarop maatschappelijk verder bouwend met hedendaagse tendensen, doorspekt met heel veel voorbeelden, levert Nussbaum altijd weer een sterk boek af. Het lezen ‘woord-waard’ in een verwarrend en angstig Trump-tijdperk. Fascinerend is hoe zij ‘angst’ eerst psychologisch benadert, vanuit de vroege kindertijd, om dan hiermee een geloofwaardig verhaal op te zetten naar maatschappelijke trucs om emotioneel angst uit te spelen. Angst als trigger. Het werkt duidelijk. Dit Nussbaum-boek staat voor mij samen met ‘Oplevingen van het denken’ (2004) op een gedeelde eerste plaats.

 

 

The lies that bind, Kwame Anthony Appiah, Profile Books, 2018*****

Leugenachtig aan politiek doen, bindt mensen. Leugenachtig optreden, bindt kapitaal. Leugenachtig mensen klasseren, bindt het verlies aan identiteit. Leugens binden mensen omdat leugens soms gemakkelijker zijn dan waarheid. En dat gaat over heel veel zaken zoals land, kleur, klasse, cultuur. We ontwerpen categorieën om mensen in onder te delen. Maar die categorieën kloppen zelden: mensen zijn niet te vangen in kastjes en wie dat doet en wil veralgemenen, vertelt leugens. Wie is wie, vraagt de auteur zich af. Zelf begint hij zijn boek met het verhaal van een taxirit in Brazilië: daar dacht de chauffeur dat hij Braziliaan was en sprak hem aan in het Portugees. In Kaapstad was hij een zwarte, in Rome dacht men dat hij van Ethiopië kwam. Hij is geboren in Londen, antwoordt hij als mensen hem vragen vanwaar hij komt. Maar dat willen ze niet weten. Vanwaar komt hij nu ‘eigenlijk’? Vanwaar en wat is hij? Wie is hij? Dat is het uitgangspunt van dit boek. Zeer confronterend. Omdat wie als blanke Vlaming geboren is in Vlaanderen, met ouders en grootouders uit Vlaanderen, niet snapt wat het is om in geen enkele categorie te passen. De vraag is of dit categorisch denken dan wel past. Dit boek werd nog niet vertaald, jammer genoeg.

 

 

Het tijdperk van de tovenaars, Wolfram Eilenberger, De Bezige Bij, 2018****

Duitsland tussen twee wereldoorlogen in. Een tijd van transformatie, van verwerking, maar ook van bitterheid omwille van het niet kunnen verwerken. Een transitietijd die het denkende Duitsland nu nog altijd op de kaart zet. De auteur voert parallel vier filosofen op: Heidegger, Wittgenstein, Cassirer en Benjamin. 

Vier denkers die een antwoord zochten op de plaats van de mens in een wereld die niet stilstond. 

Het leuke aan dit boek is dat het niet alleen over ‘pure’ filosofie gaat, maar ook de denker schetst in zijn wereld, in zijn leven. Het vallen en opstaan, de mislukkingen in de carrière, de conflicten, de kleine overwinningen en soms… de roem vrij laat achteraf. In die zin ook een aanrader voor de meer historisch geboeide lezer. Een mooi denk-beeldige roman over Duitsland tussen 1919 en 1929, telkens in hoofdstukken die een aantal jaren bundelen, in kroniek gebracht. Jammer dat de inhoudstafel die chronologische structuur niet helemaal duidelijk maakt.

 

 

 

 

 

Gelezen IX

Annick Vansevenant 

voor De Zondvloed Boekhandel/ R &M

Editie oktober ‘18

 

Fictie

 

Reservoir 13, Jon Mc Gregor, Nieuw Amsterdam 2018**

Dit boek, zo verklapt de cover, was  genomineerd voor de Man Booker Prize (Long List) en als een winnaar van de Man Booker Prize (G. Saunders) dit een verbluffend kunstwerk vindt dan wordt de aandacht getrokken. Zeker als het zich afspeelt in hartje Engeland, een mysterieuze verdwijning van een tienermeisje het startpunt vormt en een klein dorp vanuit die invalshoek wordt benaderd.

Toch ben ik geen fan geworden van dit boek. Ritme en het natuurlijke va-et-vient van seizoenen waarmee de auteur als het ware een beetje de ‘Pont Mirabeau’ van Appolinaire in romanvorm wil brengen, mislukt. Het meisje is verdwenen, haar tijd staat stil. Even staat ook het leven van de dorpsgenoten stil en dan verhaalt de auteur hoe per jaar, seizoen per seizoen, het leven verder gaat. Elk jaar de kerstwake, het toneel, de eerste natte sneeuw, de vossen en vogels die koppelen. Wat mij stoort: leven daar geen andere dieren dan vossen, merels en goudhaantjes? Hoeft het per se dezelfde herhaling te zijn? Op de duur kon ik nauwelijks de neiging onderdrukken om met een zoekfunctie het aantal gelijke zinnen in dit werk te zoeken… Ritme gedurende 13 jaar aanhouden (vandaar de titel) op een gelijkaardige manier is gewaagd. Hij doet het te gelijkaardig en mist daardoor een literair perspectief. Volgens mijn bescheiden mening is de auteur er niet in geslaagd zijn gouden idee te verzilveren. 

Enfin, de meningen zijn verdeeld. Maar daarom alleen al  blijft het boek het lezen waard want… schrijven kan Mc Gregor wel!

 

Alle verhalen, Leonora Carrington, Uitgeverij Orlando, 2018 ****

Leonora Carrington een ongewone vrouw noemen, is het minste wat je kunt zeggen. Surrealistisch kunstenaar, schrijver, gehuwd geweest met o.a. Max Ernst, opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis en daar ontsnapt met haar nieuwe man naar Mexico… Zij werd 96 jaar oud. Haar kunstwerken en verhalen blijven de eeuwige jeugd behouden. 

“Alle verhalen” bevat een bundeling van de kortverhalen van Carrington. Een must voor wie ook haar beeldend werk beter wil begrijpen. Maar ook een must voor de lezer die houdt van het meest vreemde wat je maar kan dromen, een non-realiteit die nauwelijks te beschrijven valt. Haar passie voor dieren (paarden en hyena’s, vossen en everzwijnen) is soms bruskerend. Haar ergernis ten aanzien van kleinburgerlijkheid is evengoed mateloos. De kortverhalen zijn erg kort, soms vertonen ze een samenhang en soms niet. Vaak staat de nuchtere taal in contrast met de irreële context. Maar de wereld van Carrington is een mythische, boeiende wereld die in deze no-nonsense tijd jammer genoeg in de schemerzone geraakt. Zeer mooi en begeesterend om te lezen.

 

Lege harten, Juli Zeh, Ambo/Anthos, 2018****

Zeh is een geëngageerd schrijver. Een auteur die geen blad voor de mond neemt als ze futuristisch schrijft op basis van wat ze vandaag ziet in onze samenleving. Met verbeelding en realiteit maakt ze romans die literair hoogstaand zijn.

Britta en Babak helpen mensen met zelfmoordneigingen. Niet om ze zin te geven in het leven, maar om ze een kans te geven tot kamikaze, een opleiding tot zelfmoordterrorist. Hierop denken ze een monopoliepositie te hebben verworven tot een aanslag, gepleegd door iemand die geen klant was van hun kliniek, onrust wekt. Nog meer onzekerheid ontstaat als ook de database wordt gehackt. 

Op zich een afgrijselijk scenario; weliswaar iets over het randje maar nog net geloofwaardig. Heel mooi is ook hoe Zeh een passage schrijft over Britta die met een fiets, zonder gsm, zonder pc… vlucht in de natuur en daar kan nadenken en zichzelf terugvindt om dan net als een Afghaanse bergtrooper opnieuw in de aanval te gaan. 

Het boek leest vlot, is kritisch van toon, amusant bij wijlen en verrassend vreemd. Wat mij bijblijft, is hoe Zeh merkt dat in deze samenleving een ‘cover’ de lading niet dekt en die lading zelfs niet ontdekt wordt door mensen in de vriendenkring van deze undercoverwereld. Uiteindelijk een boek over een desolate maatschappij. Eenzaam. Lege harten, niet toevallig de naam van Britta’s concurrent.

 

 

 

Poëzie

 

Het Liegend Konijn, Jozef Deleu, Polis, 6-maandelijkse uitgave (april – oktober) *****

Dit had ik al eerder moeten melden. Dit konijn liegt nooit. Het lachend en liegend beest geeft ons wel halfjaarlijks een nestroof van nieuwe gedichten uit Vlaanderen en Nederland. Poëzie in een toch wel lijvige uitgave onder redactie van Jozef Deleu. Een mix van bekende namen en debutanten, een mix ook van stijl en thema’s. Dat laatste een beetje onder voorbehoud want in de reeks waren ook een paar nummers thematisch geordend zoals bv. “Veranderlijk” in 2017 en “Oorlog” in 2014.

Dit is een initiatief zonder weerga omdat je voor minder dan 20 euro een aantal gedichten van een veertigtal (on)bekende poëten kan lezen. Eindelijk eens geen verzamelbundel à la retrospectieve maar een prospectus van wat poëtisch Vlaanderen en Nederland straks voorstelt. Heerlijk om even van dichtbij te veilen en straks meer te lezen van een dichter die bevalt.

Non-fictie

 

Sapiens, Yuval Noah Harari, Uitgeverij Thomas Rap, 2018****

Homo Deus, Yuval Noah Harari, Uitgeverij Thomas Rap, 2018***

 

Twee boeken ineens, dat lijkt raar maar bij het fenomeen Harari is het misschien gewoonweg gewoon. Intussen ligt er ook al een derde boek van hem in de boekhandel (“21 lessen voor de 21ste eeuw”). Zonder overdrijven kan men spreken over een ware Harari-rage.

Waarom begeestert een docent geschiedenis aan de Hebreeuwse universiteit van Jeruzalem de groten der aarde? Zoals Obama en Gates deden en in eigen land twee grote artikels in De Tijd verschenen en zelfs de rector van de VUB het oeuvre plaatst op haar lijstje van de vijf boeken die haar leven veranderden?

Je bent niet meer ‘mee’ als je Harari niet las. Dat is klaar. 

Is het dan zo goed? Loont het echt de moeite?

Ik vermoed dat een groot deel van de hype komt door de begeestering die Harari zelf in zijn boeken legt. Hij is een docent geschiedenis en dus is het geen puur filosofisch verhaal, maar eerder verhalend en verhelderend dankzij veel voorbeelden. Dat maakt het toegankelijk, zijn werken lezen als een trein en in de loop van een boek schuwt de auteur de herhalingen niet. Herhaling is de moeder van het geheugen en zo krijg je steeds meer Harari-kost ingelepeld. Daarnaast is er ook de holistische benadering: evolutietheorie, wetenschappelijke en technische vooruitgang, de evoluties van de menselijke samenleving en de impact op de natuur… komen samen tot een geheel. 

De bijna frivoliteit waarmee Harari zaken samenbrengt, doet denken aan een langgerekte TED-talk. Boeiend, verhelderend, amusant. 

Vernieuwend? Niet echt want als historicus raapt hij feiten samen. Feiten uit diverse disciplines en daar al langer bekend zijn, vertaalt hij voor een breed publiek op een populistische wijze.

‘Sapiens’ vond ik desalniettemin een goed boek. 

De manier waarop hij imaginaire ordes beschrijft, zoals religies of een politieke ideologie, zet een mens terug met de voetjes op de grond, in alle bescheidenheid. Een mooi discours tegen retrowetenschappelijke theorieën als het anti-darwinisme. Maar als hij op een bepaald moment evolutionair humanisme (waarvan het Nazisme een typisch voorbeeld was) gelijkstelt of zelfs prefereert tav sociaal humanisme (socialistisch model) dan begin ik toch te twijfelen. Wat zegt hij nu eigenlijk behalve dat hij alles meent te zeggen? Is hier geen sprake van begripsverwarring omdat ‘evolutionair humanisme’ rekening houdt met evolutie en dat dit precies Harari’s stokpaardje is? Maar is evolutietheorie ook niet het verhaal van soortbinding, het voor elkaar zorgen? Wat is daar mis mee?

In ‘Homo Deus’, die ik dus een minder goede beoordeling gaf, voorspelt Harari een soort bionische mutatie van de mens zoals we die vandaag kennen. De toekomst heeft de mens niet meer nodig.

Dankzij de technische en medische vooruitgang, de ongekende grenzen van artificiële intelligentie wordt de mens straks een andere soort. Dat is namelijk de boodschap van evolutie: soorten verdwijnen, nieuwe soorten komen in de plaats. De mens zoals die nu bestaat, is vrij succesvol in evolutionair opzicht, maar vormt geen eindpunt in de (oneindige) evolutie. En, aldus Harari, het is de mens zelf die hier zijn transgressie en misschien zelfs het uitsterven van de menselijke soort bepaalt.

Voor de rest is het boek 50% herhaling van ‘Sapiens’ wat mij tegenhield om zijn derde boek te lezen.

Persoonlijk hou ik meer van de stijl van Klaas Landsman (fysicus) en Peter Sloterdijk (filosoof), auteurs die ik in een vorige blog beschreef. Degelijk denkwerk in natuurkunde en filosofie, niet te veel experimenteel zaken aan elkaar breien waarvan je niet weet of ze een lange houdbaarheidsdatum hebben en altijd het voordeel hebben dat ze kunnen getoetst worden. 

Harari is voor mij net iets te veel fictionair dan visionair en zoals elke hype overroepen maar wel boeiend!

 

 

Pagina 1 van 4